Weekmakers Ftalaten

Wat zijn Ftalaten/Weekmakers

Weekmakers zijn olieachtige vloeistoffen die worden toegevoegd aan kunststoffen om deze meer flexibel te maken. Hierdoor worden de toepassingsmogelijkheden van deze kunststoffen enorm vergroot en is het mogelijk de eigenschappen (flexibiliteit) naar wens in te stellen. Dit kan vergeleken worden met het toevoegen van water aan klei waardoor de klei soepeler wordt. Weekmakers kunnen gedurende de gebruiksfase uit de kunststof migreren. Als gevolg daarvan verliezen deze kunststoffen na verloop van tijd hun flexibiliteit. Bovendien komen de toegepaste weekmakers in het milieu vrij.

Meer dan 90% van de (ftalaat)weekmakers worden gebruikt als weekmaker voor PVC. Van weekgemaakt PVC worden bijvoorbeeld de volgende productgroepen gemaakt:

Vinylvloerbedekking, flexibele slangen, transportbanden, folies, regenkleding, kinderspeelgoed, kunstleder, stickers. Daarnaast worden ftalaten in kleinere hoeveelheden toegepast in uiteenlopende producten zoals bijvoorbeeld inkten, cosmetica, lakken en lijmen.

In Nederland wordt jaarlijks ca. 300.000 ton ftalaatweekmakers geproduceerd waarvan ca. 30.000 ton in Nederland wordt gebruikt.

Weekmakers zijn niet chemisch gebonden in het materiaal waarin ze worden verwerkt. Tijdens de productie, het gebruik en de afvalfase van flexibele PVC-producten treden emissies van weekmakers naar het milieu op. Diverse studies hebben aangetoond dat (ftalaat)weekmakers alom tegenwoordigd zijn in het milieu en dat zij worden opgeslagen in het vetweefsel van mensen en dieren. Van verschillende ftalaten is de aanwezigheid in voedselproducten als kaas, boter en babyvoeding vastgesteld. Verder bestaan er langlopende controverses over de mogelijke toxiciteit en kankerverwekkendheid van ftalaten en recent ook over hormoonverstorende effecten. De combinatie van wereldwijde verspreiding in het milieu, het grootschalige gebruik, de bewezen ophoping in dierlijk vetweefsel en mogelijke negatieve uitwerkingen op de gezondheid heeft geleid tot een groeiende bezorgdheid bij consumenten en overheden over het gebruik van ftalaten.

 

Type Ftalaten/Weekmakers

 

1

DMP (dimethyl ftalaat)

2

DEP (diethyl ftalaat)

3

DPP (dipropyl ftalaat)

4

DBP (di-n-butyl ftalaat)
DIBP (diisobutyl ftalaat)

4 / 6

BBP (butylbenzyl ftalaat)

7

DIHP (diisohexyl ftalaat)

6 / 8 / 10

610P (six-ten ftalaat)

7

DIHP (diisoheptyl ftalaat)

7 / 9

79P (seven-nine ftalaat)

8

DEHP / DOP (di(2-ethylhexyl) ftalaat)
DIOP (diisooctyl ftalaat)

8 / 10

810P (eight-ten ftalaat)

9

DINP (diisononyl ftalaat)

9 / 11

911P (nine-eleven ftalaat)

10

DIDP (diisodecyl ftalaat)
DPHP (dipropylheptyl ftalaat)

10 / 12

1012P (ten-twelve ftalaat)

11

DUP (diundecyl ftalaat)
DIUP (diisoundecyl ftalaat)

13

DTDP/DITP (ditridecyl ftalaat)

 

Typische 1 en 2 ftalaten worden gebruikt in niet-pvc toepassingen.

3 tot 7 ftalaten worden gebruikt in toepassingen waar snelle plaatsing wordt vereist (bijvoorbeeld vloeren).

8/9 en 10 ftalaten zijn de meest algemene voor een groot gebied gebruikte weekmakers die voor dergelijke toepassingen worden gebruikt zoals muurverf, vloeren en medische toepassingen.

11 tot 13 ftalaten worden gebruikt waar hoge temperatuur stabiliteit wordt vereist.

De volgende ftalaten DEHP, DBP, BBP, DINP, DIDP en DNOP mogen niet worden gebruikt als stoffen of als bestanddelen van preparaten in concentraties van meer dan 0.1 % massaprocent van het week gemaakte materiaal in speelgoed- en kinderverzorgingsartikelen die door kinderen in de mond kunnen worden gestopt. Dergelijke speelgoed en kinderverzorgingsartikelen die deze ftalaten bevatten in een hogere concentratie dan de hierboven genoemde grens, worden niet op de markt gebracht.